Het klooster Sion
Het buurtschap Sion ligt op de grens van de gemeenten Schipluiden en
Rijswijk, ten westen van Delft. Dit gebied heeft een rijke geschiedenis. In 1433
vestigden de reguliere kanunniken van Delft hier een klooster met de naam: "Sancta
Maria in Monte Sion" (Heilige Maria op de berg Sion) met een eigen kerk
en kerkhof in het ambacht Rijswijk.
| De Delftse 'regulieren' waren een groep fraters, behorende bij de orde
'Reguliere Kanunniken van St. Augustinus', die zich omstreeks 1403
vestigden in Delft. Zij woonden eerst aan het Oude Delft, tegenover de
Nieuwstraat. Dit huis werd bekend onder de naam St. Hieronymusdal
naar de heilige Hieronymus (347-420); dal betekent zowel 'vallei' als
'schoon oord'. Later betrokken de fraters ook het gebouw aan de Oude
Delft waar de Latijnse School was gevestigd (bij de Schoolstraat). De
fraters waren actief in het onderwijs en schreven ook boeken over voor
het gebruik bij de lessen. |

Zegel van St. Hieronymusdal, 1467
|
|

Klooster 'Sijon buiten Delft 1565', een aquarel van W.
v.d. Lelij.
|
Vermoedelijk woonden er in Sion ca. 20 goed opgeleide broeders die
voor een hoog aanzien van hun klooster zorgden. In 1462 kreeg
Sion het oppertoezicht over minstens 25 andere kloosters die zich tot de
orde van reguliere kanunniken en kanunnikessen rekenden.
Door zijn ligging bleef het klooster gespaard tijdens de grote
stadsbrand van Delft in 1536. Echter, op 30 januari 1544
werd het klooster in brand gestoken, waarschijnlijk door een
kloosterling. Het religieuze enthousiasme was al geruime tijd aan het
verminderen. De herbouw en reparatie kostte veel geld.
|
|
In 1572 werd het klooster ontruimd en grotendeels afgebroken
in opdracht van de stad Delft, uit angst voor de Spanjaarden (tijdens de
80-jarige oorlog) en ter voorkoming dat deze hun intrek zouden nemen in
het klooster.
Gerrit Jansz. Paemburgh stierf op 25 november 1574 in
Amsterdam als laatste prior van het klooster Sion.
|

Gebeeldhouwde zandstenen console, gevonden in een sloot
|
De Buitenplaats Sion
Na de oorlog van de Nederlanden met Spanje begonnen de Staten van Holland hun
verworven eigendommen te verpachten en verkopen. Cornelis van Soutelande kreeg,
na een periode van pachten, in 1581 ca. 4,2 ha, waarop het klooster
eerder stond, in eigendom. Hij hield daar een boerderij. Hierna kwam het gebied
door erfenissen en verkopen in diverse andere handen. Ook was het totale
eigendom door aankopen groter geworden. Op 7 augustus 1679 kwam het
landgoed Sion in handen van mr. Gerard Putmans, o.a. burgemeester van Delft.
Zijn vader diende bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in diverse
functies.
| Putmans sloopte alle oude gebouwen en herbouwde het
herenhuis en legde de tuinen aan. Ook een aantal waterverbindingen liet
hij veranderen, waarvoor hij toestemming kreeg van het hoogheemraadschap
van Delfland.
Bij de aankoop was het gebied 34 morgen groot. Wat later, in 1681,
kocht hij ook nog de Kitswoning (een boerderij genoemd naar Claes
Willemsz., "bierbrouwer in de Kidth"). |

Fragment kaartblad 13 van het Hoogheemraadschap van
Delfland door N. Kruikius (1712).
|
In 1698 kwam Sion in bezit van Jacob Danckers en Jacob Quina (erfenis)
en in 1710 van Gijsbert van Hogendorp, een Rotterdamse regent (aankoop).
Hiermee brak ook de bloeitijd van het landgoed Sion aan. Getuige hiervan is een
aantal gravures van Pieter van Call uit ca. 1725 (zie hieronder).
|

Buitenplaats Sion. een gravure van Pieter van Cal uit ca 1725.
|
|

Vooraanzicht van het herenhuis
|

gezicht vanuit de binnentuin
|
De dochter van Gijsbert, Jacoba Sara Justina, erfde de buitenplaats en de
kitswoning in 1750. In 1770 kocht zij bovendien het
Bonte Huis, in Noord Hoorn met 16 morgen land. Het Bonte Huis werd kort
daarna weer verkocht aan Gerrit Tetterode. Na overlijden van Jacoba ging Sion
door verkoop over naar Johan Francois van Hogendorp, ontvanger-generaal van de
Unie. Hij woonde in Den Haag. Het totale bezit omvatte nu ook de Castanjeburg in
de Plaspoelpolder en de Zuidwoning in de Voordijkshoornsepolder. Tot ca. 1800
bleef het in bezit van de familie Hogendorp, als laatste was dit Carolina van
Haren, echtgenote van Willem
van Hogendorp (overleden in 1784 bij een scheepsramp). De laatste
jaren waren al erg onzeker door onrust en de komst van legertjes patriotten.
Carolina vertrok al in 1787 naar Nijmegen om daar veiligheid te zoeken.
In oktober werd werd gebied in aantal kleine delen afzonderlijk verkocht. Het
herenhuis is waarschijnlijk al voor maart 1804 gesloopt.
| De twee vijvers, de brug over de Spieringwetering, het timmermanshuis,
een deel van het koetshuis en de Kitswoning herinneren nog aan de
glorietijd van het landgoed Sion. Opgravingen in 1979/1980 hebben o.a.
funderingen van het herenhuis en het eerdere klooster blootgelegd.
Duidelijk werd dat beide gebouwen ongeveer op dezelfde locatie stonden. |

De zuid muur van het herenhuis.
|
 |
Deze brug over de Spieringswetering herinnert nog aan de achteringang
van het landgoed Sion. De gerestaureerde pilaren zijn op 3 april 1976
weer 'geopend'. |
Bronnen
- Drs. M. Brekelmans, Kastelen en buitenplaatsen - monumenten
in Rijswijk.
- J.W. Moerman, Klooster, Buitenplaats en tuinbouwgebied - De
rijke historie van het Rijswijkse Sion, ISBN 9072520122.
|