De boerderij en buitenplaats Hodenpijl (deel 2)
Er zijn plannen om van een deel van de buitenplaats Hodenpijl een
informatiecentrum voor Midden-Delfland te maken, onder andere om
bezoekers op het mooie en goede van de streek te wijzen. Daarom hier in
twee delen een nadere kennismaking met een plek die een rijke
geschiedenis kent.
Komst van de familie Ammerlaan
Tot 1763 bleef Hodenpijl in handen van de familie Van Wouw,
waarna het bezit werd gekocht door meestertimmerman Willem van den Bosch
uit Schipluiden. Het betrof toen: ‘Een hofstede met behangen
kamers, boven en beneden, ook geschilderd (of beschilderd). Een ruijme
oranjerie, eetkamer, een tweede keuken. Annex staande agter de huijsinge
en de oranjerie, een stalling voor 10 paarden, koetshuis, tuinmanshuis,
allen aaneengebouwd. Groot erf, tuinen, vijver, speelhuis met zicht op
Delft. Mitsgaders een boerewoning annex het heerenhuis met boes en
stalling voor 40 beesten, hooibergen en schuren en 32 morgen land, ook
tuinen, boomgaarden hieronder begrepen’. De boerderij bleek in 1763
verhuurd te zijn aan Hendrik van der Stap. Twee jaar later kocht Jan van
den Bosch, landbouwer uit Schipluiden, het gehele bezit. In 1813
kwam Hodenpijl in handen van zijn zoon Frank van den Bosch. Er was toen
sprake van ‘Een bouwmanswoning, zijnde een heerenhuizing, koe- en
paardenstallen, schuur en bargen en geboomte…’
|
|
| De familie Van den Bosch was redelijk welvarend en bekleedde
bestuursfuncties in Schipluiden en Hodenpijl. In 1833 kocht Dirk
Jacobsz. Ammerlaan op een veiling het gehele bezit. Hij bracht het huis
Hodenpijl zoveel mogelijk in oude staat terug en liet de oude stallen
afbreken en vervangen door twee pakhuizen, waarvan er één een ruime
kelder heeft. In deze gebouwen oefende Ammerlaan de boterhandel uit,
maar in 1848 liet hij daarvoor aan De Vlouw in Delft een pakhuis
bouwen. Hier staat op nr. 48 nog altijd een groot pand met op de gevel
de tekst: Gebrs. Ammerlaan, Boterhandel. |

De ‘zaal’ van de buitenplaats Hodenpijl met de tafel
voor de raadsvergaderingen
|
|
Zijn zonen hebben dit bedrijf later overgenomen. In 1861 werd
Dirk Ammerlaan burgemeester van Schipluiden, Hodenpijl en St.
Maartensrecht. Vóór die tijd was hij wethouder en burgemeester geweest
van Hodenpijl, een gemeente die in 1855 met St. Maartensrecht bij
Schipluiden werd gevoegd. Hodenpijl telde toen 150 inwoners en was te
klein om zelfstandig te blijven. De raad van de vergrote gemeente
Schipluiden bleef echter vergaderen in de ruime opkamer (zaal) van de
voormalige buitenplaats Hodenpijl. Tot voor kort stond in deze kamer nog
de vergadertafel, die door inzetstukken kon worden verlengd.
|
In 1880 stierf burgemeester Ammerlaan plotseling. Wegens grote
schulden moesten het huis en het land worden geveild. Oude kaarten,
waaronder kadasterkaarten uit de negentiende eeuw, laten zien dat de
buitenplaats heel lang ontsloten is geweest via een laan aan het eind
van de kavel ten zuiden van het erf. Een fraai gemetseld, vroeg
achttiende-eeuws boogbruggetje verbond het erf met het zuidelijk gelegen
poldergebied. Helaas is dit bruggetje in 1983 gesloopt. Een
wigvormige verbreding van de Tramkade laat nog de plaats zien waar de
laan uitkwam op de kade. Na 1880 is de toegang verlegd naar het
herenhuis. Het gietijzeren hek, met op de hekstijlen de naam HODEN -
PIJL, kan uit die periode dateren. De huidige gemetselde brug is in 1912
gebouwd, kort voor het gereedkomen van de trambaan tussen Schipluiden en
Den Hoorn.
Latere eigenaren en gebruikers
Na het overlijden van Dirk Jacobsz. Ammerlaan blijkt Hodenpijl,
ondanks de schulden, toch in de familie Ammerlaan te zijn gebleven.
Jacobus Ammerlaan (1838-1892), zoon van de burgemeester, zette hier het
boerenbedrijf voort. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Jacobus Ammerlaan
(1873-1936). In 1936, midden in de crisisjaren, kwamen het
herenhuis, de stallen, de schuur en het omringende land in het bezit van
Jan Olsthoorn, een ongetrouwde boer die woonachtig was op Huis te Dorp
in Schipluiden.
|

Portret van Dirk (Theodorus) Ammerlaan (1813-1880)
|
|
Cornelis Ammerlaan (1904-1988), zoon van Jacobus Ammerlaan, had een
aantal jaren daarvoor een tuinderij gesticht op de percelen langs de
Tramkade. Opvolger was hier later zijn zoon Koos. Cornelis Ammerlaan en
zijn echtgenote woonden tot hun dood in het herenhuis van Hodenpijl. Het
achterhuis werd in hun tijd altijd door anderen bewoond. Arnoldus
Ammerlaan (1899-1975), een broer van Cornelis, en zijn zoon Jacobus
gebruikten de gebouwen op het achterterrein voor de stalling van vee.
Hun boerderij lag aan de Rijksstraatweg naast de kerk, maar ze
gebruikten ook land in de Kerkpolder. In 1971 werd een neef van
Jan Olsthoorn, Jan van Adrichem (1923-1997), eigenaar van de
buitenplaats Hodenpijl en het omringende land. Hij was gehuwd met Jeanne
Ammerlaan, een dochter van Arnoldus.
|
| Later kreeg haar broer Jacobus het boerderijgedeelte in
bezit. Tot enkele jaren voor zijn dood in 2007 stonden hier in de
wintermaanden nog koeien. In 2006 verkocht hij deze gebouwen aan
Dirk Post te Schipluiden, die eerder met zijn vrouw Tilly Post-Kleijweg
eigenaar van de voormalige r.k. kerk en pastorie van Hodenpijl was
geworden. Op dit ogenblik wordt een plan ontwikkeld om het voormalige
boerderijgedeelte van Hodenpijl in te richten als informatiecentrum voor
Midden- Delfland. In het buitenplaatsgedeelte of voorhuis en de vleugel
er direct achter wonen nu twee dochters van Jan van Adrichem met hun
gezinnen. |

Voorhuis van de buitenplaats Hodenpijl met links de grote opkamer (zaal).
|
Nieuwe toekomst voor het rijksmonument Hodenpijl
Hodenpijl is een uitzonderlijk gebouw. Het is niet alleen bijzonder,
omdat het een overblijfsel is van een zeventiende-eeuwse buitenplaats,
maar het laat ook een ongewoon boerderijgebouw zien. Het
boerderijterrein vertoont eveneens nog sporen van de vroegere
buitenplaatsfunctie, zoals de brede vijver naast het hoofdgebouw en het
hoog opgaande geboomte aan de noordzijde. Hier bevindt zich achter de
grote openslaande deuren de ‘tuinkamer’. Het erf aan de zuidzijde,
vroeger ook wel ‘voorplein’ of ‘voorplaats’ genoemd, is ruim.
Helaas zijn de bomen hier verdwenen. De stal achter de voormalige
pakhuizen heeft een voor de streek zeldzame gebintconstructie. Aan de
oostzijde van het erf staat op de plaats van een gebouw op de afbeelding
uit 1634 een oude wagenschuur met jongveestalling. Tussen de kade
van de Gaag en het voorplein ligt een goed onderhouden boomgaard. Op het
erf staat nog een schuur die bij de tuinderij heeft gehoord. Enkele
resten van windsingels en een tuinmuur uit de eerste helft van de
negentiende eeuw completeren het buitenplaatsterrein. Enkele jaren
geleden is niet zonder reden de voormalige buitenplaats Hodenpijl
officieel rijksmonument geworden. |
| Zo’n toewijzing betekent niet dat de gebouwen
automatisch gespaard blijven. Hiervoor is permanent onderhoud nodig. Een
nieuwe functie voor het boerderijgedeelte zal op deze historische plaats
de restauratie betekenen van een aantal karakteristieke gebouwen. Het
herstel van de oorspronkelijke zuidelijke laan en de terugkeer van de
beplanting zullen de kwaliteit van het erf en de directe omgeving sterk
doen toenemen. De nieuwe ontwikkelingen verdienen steun, omdat ze een
garantie betekenen voor het behoud van deze unieke woon- en
ontmoetingsplaats! |

|
Conclusie
Als je de geschiedenis van de boerderij/buitenplaats Hodenpijl van de
laatste 450 jaar bekijkt, valt je het volgende op: Het is een plaats
waar stad en platteland al heel lang samenkomen. Lange tijd waren
stedelingen eigenaar van het buiten; ze kwamen er om te recreëren, om
de drukte van de stad te ontvluchten. In de negentiende eeuw werd hier
boter verzameld, die daarna in de stad werd afgezet, ten slotte
verplaatste deze handel zich geheel naar de stad en werd de buitenplaats
Hodenpijl enige decennia het bestuurscentrum van de regio. Het meest
opvallende is, dat er vanaf de vroegste tijd - dus ook in de
buitenplaatsperiode - altijd een boerenbedrijf op het erf is geweest.
Bij veel buitenplaatsen werd de boerderij op den duur van het erf
verdrongen. Hier is de boerderij gebleven, omdat de eigenaren uit de
stad daar blijkbaar plezier aan beleefden. De boerderij leverde ook de
eerste levensbehoeften, waaronder typische streekproducten, zoals boter,
kaas, vruchten uit de boomgaarden en groenten uit de tuinen.
Het hoofdgebouw van de buitenplaats heeft nog steeds een stedelijke
uitstraling. Het oorspronkelijke voorhuis bezat korfbogen, hoge vensters
met onderluiken en glas in lood ramen met in het midden medaillons, een
grote deurpartij en een kelder met kruisgewelven.
Andere typische kenmerken van een buitenplaats: Vijvers om te
spelevaren en te vissen (noordelijke vijver aanwezig, oostelijke vijver
gedeeltelijk aanwezig); speelhuis met zicht op Delft (niet meer
aanwezig); hoge bomen en windsingels om beschutting te geven
(gedeeltelijk aanwezig); groot voorplein (aanwezig, maar verwaarloosd);
toegangslaan naar dit plein (niet meer aanwezig); tuinmuur (gedeeltelijk
nog aanwezig); orangerie, waar subtropische planten overwinterden (niet
meer aanwezig); een of meer gemetselde boogbruggetjes (niet meer
aanwezig); boomgaarden (gedeeltelijk aanwezig); tuinen (gedeeltelijk
aanwezig).
Een stedelijk kenmerk op het erf zijn ook de twee pakhuizen. Het
boerderijelement wordt vertegenwoordigd door het achterhuis, de stal en
de wagenschuur. Een voorwaarde voor hergebruik van deze opstallen is,
dat de uiterlijke kenmerken van deze gebouwen zoveel mogelijk in stand
worden gehouden. Het bomenbestand moet weer op het vroegere niveau
teruggebracht worden. Het herstel van de oude toegangslaan, met aan
weerzijden bomen, is historisch gezien volledig verantwoord. Dit geldt
ook voor het herstel van het voorplein, onder meer met enkele grote
bomen. Extra zorg verdienen de gebouwen van de buitenplaats, die in
andere particuliere handen zijn. Hier is groot onderhoud nodig om de
panden voor de toekomst te behouden!
Colofon
Schipluiden, november 2007.
Publicatie in de Midden-Delfland Schakel: 10 januari 2008.
Tekst: Jacques Moerman. Met dank aan Trudy Werner-Berkhout en Frits van
Ooststroom, die eerder onderzoek hebben gedaan.
Foto’s: Henk Groenendaal en Jacques Moerman.
|
|