MIDDEN - DELFLAND

De St. Jozefschool

"... Dit gebouw past volkomen in het landschap, maar bovenal is het een uitstekend schoolgebouw...". Met deze woorden werd de inspecteur van onderwijs op 6 mei 1941 uitgenodigd de nieuwe school officieel in gebruik te stellen. Die inspecteur doet er nog een schepje op met het aanhalen van een citaat gemaakt door een passant: "... dit is geen school, dit is een modelboerderij".

De toen nieuwe school lag dan ook aan de uiterste rand van de dorpskern, midden in het gebied waar in de toekomst de dorpsuitbreiding was voorzien. Vanuit de klassen hadden de leerlingen nog een ruim uitzicht tot aan de Trambrug, over de landerijen van boer Arkesteijn, wiens mooie boerderij de architect H.W. Valk uit 's-Hertogenbosch inspireerde bij het ontwerpen van de school. In de school houdt ook nu nog een muurschildering de herinnering aan die monumentale oude boerderij voor de schooljeugd levend. De boerderij zelf moest helaas als prijs voor de dorpsuitbreiding in 1964 het loodje leggen. Op de groenstrook achter de huidige r.k. kerk markeren enkele majestueuze kastanjebomen echter de plaats waar zij de boerderij destijds hun lommer boden.


De toenmalige boerderij van Arkesteijn

In februari 1939 vraagt het toenmalig schoolbestuur de gemeenteraad medewerking bij de plannen voor het stichten van een nieuwe school. Die school zal de behuizing aan de Boomgaardslaan gaan vervangen. Ongetwijfeld nodig, want de inspecteur zegt het ''onverantwoord te achten daar nog langer kinderen te herbergen". Al op 14 september van datzelfde jaar is dan ook de grond aangekocht, zijn alle goedkeuringen verkregen en is de bouw aanbesteed. Het gaat om een vijf-klassige school met gymnastiekzaal. In het bouwplan wordt te elfder ure nog een wijziging opgenomen, te weten een uitbouw aan het kopeinde van de gymnastiekzaal. Dit gedeelte is bestemd voor het onderbrengen van een toneel, annex kelder voor het herbergen van de attributen toebehorend aan de verwachte gebruikers. De inspecteur gaat hiermee akkoord mits dit geen extra kosten uit de onderwijsgelden met zich meebrengt, zo laat hij weten. Dat is dan ook niet de bedoeling, die meerdere som zal worden opgebracht door de parochianen van de St. Jacobusparochie. Deze zullen zich schrap zetten om de voorziening aan te kunnen bieden als het 'Eeuwfeestcadeau' bij de herdenking dat de parochiekerk in Hodenpijl in 1940 honderd jaar bestaat. Dat geschenk, gecombineerd met gymzaal en school zouden in de volgende decennia op hun wijze bijdragen aan allerlei culturele activiteiten in Schipluiden.
Inmiddels zijn het moeilijke tijden die de wereld wachten. Ze raken zelfs de school in aanbouw. Maatregelen ten behoeve van de luchtbescherming maken dat de zoldervloer uitgevoerd moet worden in gewapend beton en tijdens de bouw moet de regeringscommissaris voor de wederopbouw eind mei 1940 opnieuw zijn toestemming geven de bouw van de school voort te mogen zetten. Toch verloopt de bouw voorspoedig. Maar als de school dan gereed gaat komen, dreigt levensgroot de vordering om er Duitse soldaten onder te brengen. Een brief gedateerd 3 oktober 1940 laat weten dat zo'n bevel niet geweigerd kan worden. 


Jozefschool en Notenschip (hogere deel) - 1988

Gelukkig slaagt men erin, na overleg, de Duitsers ervan te overtuigen dat het gevaar bij luchtaanvallen op zo'n eenzaam liggend gebouw wel bijzonder groot is en dat de oude school in de Boomgaardslaan dan een heel wat veiliger onderkomen zal zijn. Zodra de voltooiing dat toelaat brengt meester Lafeber dan ook z'n leerlingen hals over kop over naar de nieuwe school.

De eerste oorlogswinter dient zich aan. De gang naar de kerk in Hodenpijl, langs een onverlichte verduisterde weg is weinig aanlokkelijk. Daarom vervult al vanaf 9 december de gymzaal met toneel de functie van een winterse hulpkerk. De ruimte voldoet aan de verduisteringsvoorschriften en men zal er gedurende alle volgende oorlogswinters 'kerken'. Zo zet de nieuwe school, lang voor de officiële opening, al de eerste stap naar het imago van een gastvrij onderdak voor een soms wel zeer veelzijdige dienstverlening. Op 22 januari 1941 zegent de deken van Delft de school toch maar vast plechtig in en op 2 februari wordt, muzikaal omlijst door St. Caecilia, het toneel, het 'Eeuwfeestcadeau' overgedragen aan de gemeenschap.

Een onverwachte vaste gebruiker van het toneel heeft zich inmiddels gemeld: de kleuterschool!!! De kleuters vinden daar hun 'leslokaal' en hebben een eigen entree via de 'zij-ingang van het toneel'. Zo'n kleuterschool blijkt toch nog wel even wennen in het dorp. Al in juni lezen we de klacht dat de school niet levensvatbaar zal blijken, wanneer de ouders voortgaan hun lieverds in het goede seizoen maar buiten te laten ravotten in plaats van ze voor te bereiden op de ernst van de eerste klas. Ondanks of misschien dankzij deze hartekreet van de stimulator van dat alles, pastoor Theissen, blijft het jongste deel van de Schipluidense schooljeugd heel lang het toneel bevolken. Het is 1962 wanneer ze eindelijk een eigen echte kleuterschool kunnen betrekken.


Notenschip- Toneel en voormalige gymzaal

Uiteraard kan het haast niet uitblijven of de splinternieuwe gymzaal van de school trekt de gymnastiekliefhebbers. Onder leiding van de heer Hersbach uit Poeldijk komt er een club van de grond. Mannen en jongens starten in februari 1941 tegen een bijdrage van respectievelijk 15 cent en 10 cent. Voorwaarde is dat men gymnastiekschoenen of pantoffels draagt. Een paar maanden later volgen de meisjes, maar dat ligt toch duidelijk nog wat moeilijker. Zelfs ouders van die tijd hebben kennelijk nog zo hun bedenkingen. De pastoor meent evenwel dat, mits de meisjes lid zijn van de Mariacongregatie, er toch alles voor moet zijn.

Eindelijk dan op 6 mei 1941, met de start van het nieuwe schooljaar, dat toen nog op 1 mei begon, vinden we de hoogwaardigheidsbekleders uit het begin van dit verhaal terug bij de officiële opening van de school: de burgemeester, de inspecteur, de pastoor, meester Lafeber, etc. Met de voor die tijd veelbetekenende
wens van de inspecteur, dat de kinderen die hier zullen worden opgeleid mogen uitgroeien tot goede vaderlanders en trouwe lidmaten van de kerk, is de school dan officieel in gebruik genomen.

Voor de hele beginperiode van de school lijkt kenmerkend het steeds weer aankopen van stukken terrein rond het gebouw. De bedoeling daarvan is onder meer een al beoogde uitbreiding van de school, een plaats voor het huis van de 'bovenmeester', het stichten van een nieuwe kerk en zelfs van een nieuwe begraafplaats, kortom een heel parochieel centrum. Een combinatie van zaken die duidelijk wordt, als men weet dat schoolbestuur en kerkbestuur één en hetzelfde college is. De noodzaak de school te vergroten komt al in 1943 aan de orde wanneer een afdeling voor Voorgezet Gewoon Lager Onderwijs gestalte krijgt. Dat betekent het instellen van het 8ste leerjaar. De daarvoor benodigde extra ruimte wordt echter pas in 1954 gerealiseerd, op het moment dat dat type onderwijs geen toekomst meer heeft. De ontwerpopdracht ging in 1951 naar dezelfde architect. Het resultaat is dat qua stijl de uitbreiding één geheel vormt met het al bestaande gedeelte. Ph. Haring is degene die het karwei klaart. Het is niet de laatste uitbreiding, maar ook later is er steeds voor gewaakt dat het oorspronkelijk karakter van de school behouden bleef. Dat geldt zowel voor een uitbreiding in de jaren zeventig met het 'achtste' lokaal, als ook voor de interne verbouwing en renovatie in 1987. Met die laatste aanpassing tot wat nu de basisschool heet, kwamen de kleuters weer onder hetzelfde dak, maar nu in een school aangepast aan de eisen van deze tijd.

In dit verhaal speelt de gymzaal tenslotte toch ook een eigen rol. Naast de geëigende activiteiten, vond al sinds 1941 de bibliotheek op of onder het toneel een onderkomen, maar de zaal zag onder andere ook volksdansers en na de oorlog zelfs een heuse bioscoop met een wekelijks programma. Dan eind 1979 de totale ommekeer! Met het gereedkomen van 'De Dorpshoeve' gaan alle sportieve gebeurens, uitvoeringen en de bibliotheek over naar het nieuwe dorpscentrum. De gymzaal wordt aan het onderwijs onttrokken, maar gelukkig voorkomt een nieuwe bestemming afbraak. De Harmonievereniging St. Caecilia, dezelfde die 40 jaar eerder de overdracht opluisterde, vindt hier de repetitieruimte van haar dromen en herschept de naam in 'Het Notenschip'.

Dit is in kort bestek de geschiedenis van een school waar veel Schipluidenaren het fundament legden voor wat men bij de opening wilde zeggen, het kweken van goede burgers in de Schipluidense gemeenschap en daarbuiten. Dat resultaat was niet alleen gebaseerd op het daarvoor geleerde ABC, de gemeenschapszin vindt zeker ook zijn oorsprong bij de activiteiten waarvoor de school zich beschikbaar stelde.

Dit artikel is overgenomen uit: 'Monumenten en Historische Merkwaardigheden' door O. Spinnewijn, een publicatie van de Historische Vereniging Oud-Schipluiden, 1988.