Westlandsche Stoomtramweg Maatschappij
| De trambrug was eens een schakel in het stoomtram
wegennet van de W.S.M. (de Westlandsche Stoomtramweg
Maatschappij). Vanuit Delft kon men vanaf 1912 vervoerd worden via
Schipluiden naar Maasland/Maasluis en naar De Lier verder het Westland
in. Na 1925 werd de spoorverbinding alleen nog maar voor
goederenvervoer gebruikt. De WSM autobus nam het personenvervoer over.
Bekijk panorama's van de Trambrug: panorama
1 en panorama
2.
|

Goederenvervoer
|
Het begon aan het einde van 19e eeuw, toen de WSM plannen
maakte om haar bestaande netwerk uit te breiden vanuit het Westland via de
Maaslandse dam naar Maasluis en Delft. Zo'n 17 jaar later, in 1910, waren de
plannen klaar, was de grond onteigend en werden de projecten aanbesteed. Op het
grondgebied van Schipluiden was er een aantal grote projecten: de brug
over de Vlaardingsevaart, een tramstation
met rangeeremplacement, overbruggingen van sloten en de tramdijk. Het
grondwerk en de aanleg van de sporen van Delft naar Maassluis werden uitgevoed
door de firma L.G. Beeve uit Haarlem. De zogenaamde kunstwerken, zoals bruggen,
duikers en keermuren werden gebouwd door de Schipluidense aannemer Ph. Haring.
Deze bouwde ook de twee stations van Schipluiden en Maasland.

De bouw van de 60 meter lange brug over de Vlaardingsevaart ging wat
ingewikkelder. Voor de onderbouw werd een contract afgesloten met de "Hollandsche
Maatschappij voor het maken van werken in gewapend beton" voor 16830
gulden. De brug werd gebouwd door de "N.V. Nederlandsche Fabriek van
Werktuigen en Spoorwerkmateriaal" (Werkspoor) te Amsterdam. Een
uitvoerig bestek van de brug geeft alle details weer.
| De brug bestaat uit schijnbaar twee in elkaar geschoven bruggen. Het
is een typisch voorbeeld van een "boogligger" uit de
tijd van vóór de tweede wereldoorlog. De twee bogen vangen het gewicht
op dat op de rijvloer drukt. De hele constructie bevat 173150 kg gewalst
en geklonken ijzer en 4620 kg staal. Om het uitzetten en krimpen van de
brug op te vangen ligt de brug alleen vast op de ligger in de
Duifpolder. Aan de kant van het dorp Schipluiden rust de brug op twee
brede rollen. |

|
| De totale brug bestaat uit 12 delen van vijf meter lang. Zij werden
eerst in de fabriek neergelegd ter keuring door de directie. Daarna werd
de onderdelen naar Schipluiden verscheept en gemonteerd. |
 |
| In die tijd van de bouw, ca. 1910, werd het pad langs de
Vlaardingsevaart als jaagpad gebruikt voor de scheepvaart van en
naar Vlaardingen en Maasland. Dit betekende dat de vaart niet belemmerd
mocht worden en dat het jaagpad ter hoogte van de brug iets verder van
de dijk af verdiept moest worden aangelegd met een minimale hoogte van
2,50 meter. Zelfs de Waalklinkers (die er nog liggen) waren
voorgeschreven. |
 |
Op 1 oktober 1912 werd de lijn Delft-Maaslandse dam in gebruik
genomen. De gemeente Schipluiden had speciaal hiervoor een goed glas champagne
geserveerd! Na de intrede van de autobus werd de spoorbaan alleen nog gebruikt
voor goederenvervoer.
De brug deed dienst als spoorbrug tot 1 januari 1968. Sinds 1974
is dit (aankomend) monument onderdeel van het fietspadennet in het Westland.
Bron
- M.L. ten Horn-van Nispen, De Trambrug, uit: Monumenten en
Historische Merkwaardigheden, 1988, Uitgave van de Historische vereniging
Oud-Schipluiden.
|