Tramstation Schipluiden
Tegen het eind van de negentiende eeuw werden in veel stedelijke gebieden van
Nederland de paardentram verruild voor de stoomtram
en werden nieuwe lijnen aangelegd. Zo ook in het Westland, waar de Westlandsche
Stoomtramweg Maatschappij (WSM) vanaf 1881 de verschillende dorpen met
elkaar verbond. Schipluiden en de verbinding naar Delft was het laatste deel
trambaan dat de WSM aanlegde.
| Op 1 oktober 1912 werd dit deel feestelijk geopend.
De WSM nodigde de burgemeester Musquetier
en zijn gezin, en ook de leden van de raden van Schipluiden, Hof van
Delft (waar Den Hoorn deel van uitmaakte) en Delft voor een rit naar
Maassluis en Naaldwijk. Bij terugkomst werd in het station van
Schipluiden geproost op de nieuwe verbinding. Het stationsgebouw van
Schipluiden en Maasland waren elkaars spiegelbeeld. Het gebouw in
Schipluiden had een kantoor, wachtkamer en berging. Daarnaast had het
gebouw ook een woongedeelte. |

Het station in 1954 met een goederentrein op weg naar Delft, een 8mm
filmopname.
|
De tram bleef tot 1925 in gebruik voor personenvervoer. Daarna nam de
autobus dit vervoer over. Vrachtvervoer van voornamelijk veilingproducten ging
nog door tot 1 januari 1968 (lijn Loosduinen-Schipluiden-Delft).
|

De Dorpsstraat anno 1954. De WSM bus staat bij de halte.
De Dorpstraat is maar weinig veranderd.
|
In het stationsgebouw woonde de familie Doorn. D. Doorn was de
stationsbeheerder. Zijn dochter Janny was getrouwd met Arie Eikelenboom,
de eigenaar van het gelijknamige transportbedrijf. Dit bedrijf gebruikte
het stationsgebouw als kantoor van 1963 tot 1980. Daarna
werd het gebouw nog tot 1987 door de fa. Spaans gebruikt.
Van het toenmalige WSM netwerk zijn nog maar een paar
stationsgebouwen over. Alleen in Schipluiden is het interieur nog in
behoorlijk goede staat behouden. Met name zijn er de lambrisering, het
beschilderde plafond in de wachtkamer en de keuken nog uit de begintijd.
Tegenwoordig is er het Museum
Tramstation gevestigd en in beheer/eigendom van de Historische
vereniging Oud-Schipluiden.
|
Na een grondige restauratie worden er nu regelmatig tentoonstellingen
gehouden. Daarnaast heeft het museum een vaste tentoonstelling die in het teken
staat van Schipluiden en het kasteel
Keenenburg.
 |
| De tramlijn vanuit Loosduinen via Schipluiden
eindigde in Delft aan de Spoorsingel. Aan de andere kant van de
spoorbaan (rechts op de foto) ligt de nog steeds bestaande
tramverbinding lijn 1 naar Den Haag. |
| In het Westland reden diverse types locomotieven. Twee hiervan
zijn hieronder in meer detail beschreven. De informatie en foto's is
(met dank) overgenomen van de webpagina met titel: Treinen.
Locomotief 18 is een originele "vierkante"
stoomtramlocomotief, zoals er vele in ons land in dienst waren op
interlokale tramlijnen. De gehele locomotief is bij dit type met
plaatwerk omgeven, naar het heet "om de paarden niet aan het
schrikken te maken". Het drijfwerk ligt van buiten niet zichtbaar
onder de ketel tussen de frameplaten, de machinist heeft zijn
standplaats naast de ketel.
| Loc 18 werd in 1921 door Henschel te
Cassel aan de Gooische Stoomtram geleverd (lijn
Amsterdam-Laren) en kwam in 1937 in het bezit van de
Suikerfabriek te Roosendaal die haar tot 1964 als rangeerloc
gebruikte. In 1967 maakte de loc enkele ritten met
reizigerstreinen door het Westland en in 1968 werd zij
overgebracht naar de Museum
Stoomtram Hoorn-Medemblik. Hier werd deze historische
machine geheel gereviseerd en in oorspronkelijk uiterlijk
teruggebracht. In 1990 plaatste de werkplaats Hoorn een
nieuwe, gelaste stoomketel op de machine. De loc beschikt over
tram- middenbuffers en kan alleen via een koppelwagen met
spoormaterieel worden gekoppeld. |

Locomotief 18, Henschel
|
| De loc rechts werd in 1922 door Hanomag
te Hannover aan de Limburgsche Tramwegmaatschappij geleverd en
was ontworpen voor het berijden van hellingrijke trajecten in
Zuid-Limburg. Loc 21 is de enige overlevende van het in
Nederland veel gebruikte, door ir. Verhoop ontworpen type
tramlocomotief. Dit kenmerkte zich door een binnenliggend
drijfwerk met buitenliggende, lage waterbakken, een speciale
stoomverdeling en een voor die tijd modern, overzichtelijk
ingericht machinistenhuis. Bovendien werd een zuinig verbruik
van brandstof verkregen door het toepassen van een
oververhitter. Loc 21 werd in 1973 teruggevonden bij een
bedrijf in Duitsland en doet sinds 1974 dienst bij de SHM.
Dank zij de voor dit type hoge maximumsnelheid van 60 km/u
heeft loc 21 al vele ritten over hoofdsporen van NS op haar
naam gebracht. Een loc uit dezelfde serie deed in de jaren
1942-1947 in het Westland dienst als NS 8301 |

Loc 21, Hanomag, Hannover
|
|
|